1928
De flat werd gebouwd in 1928-1934 aan de oude Schiekade als onderdeel van het Ungerpleincomplex. Het gebouw was na oplevering met 43 meter vermoedelijk de hoogste woontoren van Europa. Het lag langs de Rotterdamse Schie, een kanaal tussen Overschie en Rotterdam dat werd aangelegd tussen 1343 en 1348 op de plek van enkele bestaande waterlopen. Voor de financiering van de bouw van de torenflat door aannemer Van Vliet en Van Dulst werd de 1e Rotterdamse Flatbouwmaatschappij NV opgericht.
De flat werd gebouwd naar ontwerp van Jo van den Broek in samenwerking met Henrich Leppla volgens het principe van het Nieuwe Bouwen. Kenmerken hiervan zijn functionaliteit en het ontbreken van versieringen. Er werd gestreefd naar een zuivere vormentaal gebaseerd op stereometrische vormen. Transparantie, ruimte, licht en lucht werden bereikt door moderne materialen en constructiemethoden toe te passen. Het gebouw werd opgetrokken in betonskelet. De gevel kon hierdoor geheel gebruikt worden voor de vormgeving van het gebouw.
De flat werd oorspronkelijk gerealiseerd als luxe woongebouw.. Per etage waren er 2 grote appartementen met 5 tot 6 kamers en een kamer voor de dienstbode. Op de bovenste verdieping bevond zich een penthouse. Kenmerkend voor de appartementen waren de schuifwanden, inbouwkasten en bovenlichten.